VERENSO JAARBERICHT 2016

'Samenwerking'

Lees ons jaarbericht 2016

Voorwoord

Welkom bij het Verenso Jaarbericht 2016

Samen met alle Verenso bureaumedewerkers en Verenso leden hebben we hard, en ook heel plezierig, gewerkt in 2016. En veel bereikt. In dit Jaarbericht belichten we zes voor Verenso belangrijke thema’s met als rode draad: ‘Samenwerking’.

 

Samenwerking met leden

Natuurlijk is er altijd samenwerking met onze leden. We brengen de beroepsgroep verder met de hulp van vele specialisten ouderengeneeskunde die zich inzetten voor richtlijnen, deelname aan adviesgroepen en allerhande input geven voor het maken van beleid. Dank daarvoor! Verenso is namelijk niets zonder de individuele specialist ouderengeneeskunde die zich wil inzetten voor het algemeen belang van het vak en zijn patiënten. In dit jaarbericht vertelt Verenso lid Jobje Haaijman over haar inzet voor de richtlijnen Urineweginfecties en Lage luchtweginfecties en vertelt Verenso lid Froukje Hamaker over het belang van het formularium ouderengeneeskunde.

 

Samenwerking met andere professionals

Verenso probeert haar leden te ondersteunen in de samenwerking met andere professionals en heeft hiervoor in 2016 een aantal concrete instrumenten ontwikkeld. Voorbeelden zijn het ‘Professioneel statuut’ en de handreiking ‘Samenwerking huisarts – specialist ouderengeneeskunde’. De intensievere samenwerking met VWS heeft een gunstige uitwerking gehad op een van de belangrijkste doelen die Verenso voor haar leden wilde behalen: de specialist ouderengeneeskunde onderbrengen in de Zorgverzekeringswet.

 

Samenwerking binnen het Verenso bestuur

Het jaar 2017 is begonnen. Zoals al tijden het vakgebied in beweging is, is er nu binnen Verenso ook een beweging: de heer dr. C. (Carrol) Terleth volgde in december de heer drs. F. (Franz) J. Roos op als directeur-bestuurder. Ik dank Franz Roos voor zijn prettige samenwerking gedurende de afgelopen jaren en zijn enorme inzet voor Verenso. In november is door de algemene ledenvergadering besloten dat ik de komende drie jaar nogmaals voorzitter mag zijn van Verenso. Ik vind dat een eer te mogen doen en kijk daarbij uit naar een mooie en constructieve samenwerking met Carrol Terleth en alle betrokken specialisten ouderengeneeskunde en samenwerkingspartners uit het zorgveld!

We denken een mooi Jaarbericht te hebben geschreven. Leest u mee?

Verenso voorzitter Nienke Nieuwenhuizen

 

We brengen de beroepsgroep verder met de hulp van vele specialisten ouderengeneeskunde die zich inzetten

Huisarts

Samenwerking met huisartsen

Interview met Monique Bogaerts,  beleidsmedewerker bij Verenso

Monique Bogaerts werkt als beleidsmedewerker bij Verenso en geeft samen met de LHV op landelijk niveau de samenwerking tussen huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde vorm. In 2016 bracht zij met collega Annika Keet en de LHV de handreiking ‘Samenwerking huisarts – specialist ouderengeneeskunde’ tot stand.

 

Doel van de samenwerking

De huisarts en de specialist ouderengeneeskunde willen door hun samenwerking bereiken dat patiënten met complexe zorgproblematiek de zorg die zij nodig hebben doelmatig, tijdig en gepast aangeboden krijgen. “Een toenemend aantal kwetsbare ouderen met een zware zorgvraag woont zelfstandig thuis of in een kleinschalige woonvorm. Om deze patiëntengroep de juiste medische zorg te kunnen bieden, is samenwerking tussen huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde essentieel”, vertelt Monique Bogaerts. De specialist ouderengeneeskunde heeft namelijk specifieke expertise over een groep patiënten die huisartsen in de praktijk zien: kwetsbare patiënten met een complexe zorgbehoefte door hun co- of multimorbiditeit.

 

Wie doet wat?

“Het principe is helder”, legt Monique Bogaerts uit. Patiënten zonder Wlz-indicatie ontvangen hun medische zorg door de huisarts. Patiënten met een Wlz-indicatie ontvangen hun medische zorg, als ze in een erkende Wlz-instelling (met behandeling) wonen, door de specialist ouderengeneeskunde. Wonen deze mensen in een niet-erkende Wlz-instelling of maken zij gebruik van een PGB, PVT of MPT pakket? Dan wordt de algemeen medische zorg zoals door de huisarts verleend aangevuld met de expertise van de specialist ouderengeneeskunde. Monique Bogaerts voegt hier aan toe: “De huisarts is de verwijzende persoon bij complexe problematiek naar de specialist ouderengeneeskunde. Dit is aan de orde wanneer de complexiteit van de patiënt zodanig toeneemt dat het de huisartsgeneeskundige zorg overschrijdt”.

 

Handreiking voor het maken van (werk)afspraken

Verenso en de LHV hebben in 2016 de handreiking ‘Samenwerking huisarts – specialist ouderengeneeskunde’ geschreven om huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde verder te ondersteunen in hun werk. De handreiking geeft een leidraad voor het maken van (werk)afspraken over de verantwoordelijkheidsverdeling in die samenwerking. Ook geeft het een overzicht van de financieringsmogelijkheden voor de specialist ouderengeneeskunde. “Met dit document hoop ik onze leden te ondersteunen in hun samenwerking met huisartsen”, beoogt Monique Bogaerts. Het is belangrijk dat er goede (werk)afspraken komen over de verantwoordelijkheidsverdeling in de verschillende situaties van samenwerking.” Dit document geeft handvatten om samen die afspraken te maken.”

Samen voor samenhangende geneeskundige zorg voor patiënten met een complexe zorgbehoefte

.

VWS

 Samenwerking met VWS

Interview met Annika Keet,  beleidsmedewerker bij Verenso

Annika Keet werkt als beleidsmedewerker bij Verenso en heeft zich gespecialiseerd in bekostigingsvraagstukken gerelateerd aan de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet. Zij adviseert Verenso leden die willen werken in de eerste lijn over regelgeving en financiering.

 

Groen licht voor de Zorgverzekeringswet

Verenso is de afgelopen jaren steeds nauwer gaan samenwerken met het ministerie van VWS, onder andere via de Taskforce ‘Waardigheid en trots’ waar Verenso onderdeel van uitmaakt. De intensievere samenwerking heeft een gunstige uitwerking gehad op een van de belangrijkste doelen die Verenso voor haar leden wilde behalen, denkt beleidsmedewerker Annika Keet. Het intensieve contact met VWS heeft het proces om de specialist ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet onder te brengen, versneld.

 

De patiënt is de winnende partij

Staatssecretaris Van Rijn gaf ZIN opdracht te onderzoeken hoe extramurale behandeling door de specialist ouderengeneeskunde een plaats kan krijgen binnen de Zorgverzekeringswet. Eind oktober kwam ZIN met het beloofde rapport. Annika Keet vertelt enthousiast: “2016 is het jaar dat specialisten ouderengeneeskunde groen licht kregen voor de Zorgverzekeringswet. De (medische) zorg die specialisten ouderengeneeskunde bieden in de eerste lijn wordt vanaf 1 januari 2018 ondergebracht in de Zorgverzekeringswet.” Verenso ziet hier de patiënt als de winnende partij. Het raadplegen van de specialist ouderengeneeskunde wordt wettelijk geregeld. Dit versterkt de positie van de patiënt. “Terecht, want de inhoud van geneeskundige zorg zou immers niet afhankelijk moeten zijn van de omgeving waar de patiënt woont”, stelt Annika Keet.

 

2017 is een overgangsjaar

Tot 2018 is sprake van een overgangssituatie. Specialisten ouderengeneeskunde die willen werken in de eerste lijn kunnen gebruikmaken van de subsidieregeling extramurale behandeling. VWS heeft op 29 november 2016 de regels ten aanzien van de subsidieregeling extramurale behandeling 2017 gepubliceerd in de Staatscourant. Het wordt per 2017 voor samenwerkingsverbanden van specialisten ouderengeneeskunde mogelijk zich bij het zorgkantoor aan te melden voor een contract.

 

Van regelgeving naar dagelijkse praktijk

Annika Keet ziet dit als een mooie stap in de goede richting. Zij zal zich met haar collega’s en een groep leden die zich al gespecialiseerd hebben in het werken in de eerste lijn, de zogenaamde denktank eerste lijn, inzetten om specialisten ouderengeneeskunde te begeleiden. “Ik zie het als mijn taak om een duidelijke vertaling te maken van de soms best ingewikkelde regelgeving naar de dagelijkse praktijk van onze leden.” Specialisten ouderengeneeskunde krijgen dit jaar eerst nog te maken met de subsidieregeling 2017. Tegelijkertijd is het nodig dat zij zich voorbereiden op het werken via de Zorgverzekeringswet per 2018. “Ik ben blij dat we als beroepsgroep onze leden hierin ondersteuning kunnen bieden”.

 

De patiënt is hier de winnende partij!

.

Richtlijnen

Samenwerking met richtlijncommmissies

Interview met Jobje Haaijman, specialist ouderengeneeskunde 

Jobje Haaijman vindt het belangrijk dat wij als specialisten ouderengeneeskunde ons professioneel goed ontwikkelen en dat we ons geluid laten horen over ouderengeneeskundige onderwerpen zoals bijvoorbeeld het voorkomen van antibioticaresistentie.

 

Actief voor twee nieuwe Verenso richtlijnen

Jobje is voor Verenso actief op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie. Ze werkte mee aan een scala van WIP-richtlijnen en zit in de werkgroepen voor de twee nieuwe Verenso richtlijnen Urineweginfecties (UWI) en Lage luchtweginfecties (LLWI). De input van de expertise van actieve leden is voor het bureau van Verenso essentieel. Ook bij allerlei overlegvormen en onderhandelingen met overheidsinstanties of samenwerkingspartners in het land heeft Verenso vaak behoefte aan de input van actieve leden. Voor de richtlijnen UWI en LLWI is door VWS een subsidie verstrekt. VWS heeft, onder leiding van minister Schippers, de bestrijding van de antimicrobiële resistentie tot een speerpunt van haar beleid gemaakt. In de genoemde richtlijnen wordt veel aandacht besteed aan juiste diagnose stelling en het verantwoord voorschrijven van antibiotica.

 

Antibioticaresistentie is een groeiend probleem

Infectiepreventie is geen populair onderwerp in de verpleeghuizen, maar aandacht hiervoor is echt noodzakelijk. Jobje Haaijman deelt de bezorgdheid van de minister over dit onderwerp: “Mensen zijn geneigd om nu eenmaal te accepteren dat er infecties zijn en dat we die dus moeten behandelen, maar ze beseffen vaak niet dat ze deze infecties zelf overdragen. Men heeft de neiging om vooral bang te zijn dat we virusinfecties als NORO -of erger BRMO’s- overdragen, maar men vergeet dat er een veel groter gevaar op de loer ligt.” Onder de verwekkers van UWI is er al heel veel resistentie tegen de orale antibiotica die wij in het verpleeghuis gebruiken. Deze uiterst resistente verwekkers die nog net geen BRMO zijn, worden ook verder verspreid door onvoldoende hygiëne. “Hierdoor kunnen we bewoners met hele gewone UWI op termijn steeds vaker niet meer zelf in het verpleeghuis behandelen. Dit tij kunnen we keren door zowel het rationeler voorschrijven van antibiotica als door een betere hygiëne.”

 

Hygiënemaatregelen voor de hele organisatie

En het gaat meestal niet eens om grote dingen, vertelt Jobje Haaijman verder: “Vaak gaat het om simpele hygiëne maatregelen die niet bedreigend zijn voor je werk of de huiselijkheid”. Bij infectiepreventie gaat het erom hoe je omgaat met dingen; natuurlijk is goede handhygiëne essentieel, maar ook dat men niet zomaar spullen die gebruikt werden voor wond- of mondzorg even op een nachtkastje legt voor ze de prullenbak ingaan. Of dat men met hetzelfde nagelschaartje de nagels van meerdere bewoners knipt. “Het zit in zoveel kleine dingen”, stelt Jobje Haaijman. Het hoeft niet veel meer tijd te kosten, maar het is vooral anders leren kijken en denken over de overdracht van micro-organismen in de hele organisatie.

 

Een stap in de goede richting

Verenso wil zich de komende jaren inzetten om bewustzijn te creëren op het gebied van de hygiëne en infectiepreventie en het tegengaan van antimicrobiële resistentie in de hoop dat steeds meer mensen in het veld zich afvragen: “Staat infectiepreventie en het voorkomen van antibioticaresistentie voldoende op de agenda van onze eigen organisatie?”. Met de Verenso richtlijnen Urineweginfecties en Lage luchtweginfecties zetten we in ieder geval een stap in de goede richting om doordacht met deze thematiek om te gaan.

 

Hoe gaat u om met infectiepreventie en het voorkomen van antibioticaresistentie?

.

Formularium

Samenwerking met werkgroep formularium ouderengeneeskunde

Interview met Froukje Hamaker, specialist ouderengeneeskunde 

Voor Froukje Hamaker voelde de ouderengeneeskunde als thuiskomen. Als lid van de Verenso werkgroep formularium ouderengeneeskunde werkt ze bevlogen aan het ontwikkelen van dit instrument.

 

Onderweg naar een formularium

Wat is een formularium eigenlijk precies? “Het formularium is een onderbouwde keuze die je maakt uit alle medicijnen die er zijn”, vertelt Froukje Hamaker. Welke medicijnen zijn voor onze groep patiënten handig om te gebruiken? Het formularium probeert daar een advies over te geven. Want je kunt als dokter niet alles gebruiken. Het is belangrijk dat je een aantal middelen heel goed kent zodat je beter vertrouwd bent met eventuele bijwerkingen. Als je als dokter ervaring hebt met een geneesmiddel, dan herken je sneller als het afwijkt bij een persoon, als het niet het effect had zoals wel verwacht. Froukje Hamaker legt uit: “Als alles nieuw is, voor zowel de dokter als de patiënt, dan loop je veel langer door met dingen die net niet helemaal goed gaan. Iemand kan veel meer bijwerkingen hebben dan je in eerste instantie zou verwachten”.

 

Uitdagingen voor de werkgroep

Froukje Hamaker vertelt over de uitdagingen van dit project. Wat heel lastig is, is dat onderzoek voor medicijnen nooit gedaan is op onze groep patiënten. Ze zijn allemaal oud, ze hebben allemaal meerdere ziektes, ze zijn allemaal kwetsbaar. Er is altijd interventie met andere medicijnen en een groot deel overlijdt voordat we het onderzoek hebben kunnen afronden. Dat maakt het lastig.

“Onze patiënten hebben zoveel, daar zijn zoveel richtlijnen op van toepassing, ze zouden het niet aankunnen als we al die richtlijnen helemaal op de letter volgen”. Dus is het onze taak gemotiveerde keuzes te maken: “Welk medicijn schrijf je voor om de beste kwaliteit van leven te bereiken voor onze patiënten?” Het lichaam van een kwetsbare oudere persoon verwerkt de medicatie anders, daar moet je rekening mee houden bij het voorschrijven. Maar hoe doe je dat? Bovendien verandert de situatie van onze patiënten: ze worden zieker en uiteindelijk volgt de palliatieve fase; wat ga je dan veranderen, wat ga je afbouwen? Het antwoord op dit soort vragen is gedeeltelijk terug te vinden in de literatuur, maar dan moet je heel goed zoeken. Eigenlijk wil je dat geconcentreerd samenbrengen op één plek: het formularium ouderengeneeskunde.

 

Onderbouwde keuzes maken

Het uitzoekwerk kost veel tijd, toch merk je aan Froukje Hamaker dat ze dit vol toewijding doet, omdat ze het bereiken van het eindproduct zo belangrijk vindt voor haar beroepsgroep. Vanuit de werkgroep is eerst een overzicht gemaakt van wat al beschikbaar is: welke middelen zijn er op de markt, welke richtlijnen bestaan er al, wat adviseren deze richtlijnen en naar welke bronnen wordt verwezen? In het formularium komen categorieën die echt toegespitst zijn op de doelgroep van de specialist ouderengeneeskunde. De palliatieve fase is hier een voorbeeld van. Maar ook interacties. Daar komt een grote kolom voor in het formularium: “Omdat onze patiënten zoveel verschillende medicijnen naast elkaar gebruiken, moet je extra rekening houden met de medicijnen die ze al slikken.”

 

Met elkaar aan de slag

Alles bij elkaar is het een ingewikkeld proces. “En als we in dit tempo doorgaan, doen we er 26 jaar over”, lacht Froukje Hamaker. Het is echt een uitdaging om een goede vorm voor het formularium te vinden. Buiten de werkgroep om willen we daarom graag nog meer Verenso leden bij dit traject betrekken en laten meedenken. Verder zou het mooi zijn als Verenso meer richtlijnen zou kunnen ontwikkelen, dat versnelt het proces ook. “We lijken daarmee het tij mee te hebben, zie ook de opdrachten voor Verenso in het Kwaliteitskader.”

 

Het formularium is een onderbouwde keuze die je maakt uit alle medicijnen die er zijn

.

Bestuur

Samenwerking met bestuur en management

Interview met Roy Knuiman, jurist en beleidsmedewerker bij Verenso

Roy Knuiman is jurist en werkt als beleidsmedewerker bij Verenso. Hij was afgelopen jaar onder meer betrokken bij het ontwikkelen van het professioneel statuut, als onderdeel van het kwaliteitskader ouderengeneeskunde van Verenso.

 

Het belang van een professioneel statuut

Zowel op raden van bestuur als op in de organisatie werkzame artsen rust de wettelijke verplichting om goede, verantwoorde zorg te leveren. “Het is daarom van belang dat de zorgorganisatie werkt met een professioneel statuut”, legt Roy Knuiman, uit. Een heldere verantwoordelijkheidsverdeling is immers een voorwaarde voor het kunnen bieden van een goede kwaliteit van zorg.

 

Voor een eenduidige beschrijving

Het professioneel statuut is een model. Het is een hulpmiddel bij het eenduidig beschrijven van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen raden van bestuur van zorgorganisaties enerzijds en de vakgroep van specialisten ouderengeneeskunde anderzijds. Het model beschrijft de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van zowel de vakgroep als het bestuur en geeft ook aan waar nadere uitwerking door de organisatie of vakgroep noodzakelijk is. “Je zou het professioneel statuut kunnen beschouwen als een groeidocument, het kan later verder worden uitgewerkt en uitvoeringsregels, protocollen of reglementen kunnen worden toegevoegd”, vertelt Roy Knuiman. “Zo kunnen zorgorganisaties er een eigen, op de organisatie gerichte invulling aan geven.”

 

Een praktisch handvat voor leden

Roy Knuiman ontwikkelde dit instrument namens Verenso omdat leden van Verenso behoefte hadden aan praktische handvatten en modellen, om de onderlinge verantwoordelijkheden tussen professional en zorgorganisatie te verhelderen en verder in te vullen. Het professioneel statuut voorziet hierin. Ook toezichthouders als de IGZ kunnen raden van bestuur en artsen hierop aanspreken en doen dat ook in toenemende mate. Het werken middels een professioneel statuut geeft aan dat de zorgorganisatie aan de voorwaarde wil voldoen om de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling helder te beschrijven.

 

Een stimulans om van gedachten te wisselen

Er is een toenemende aandacht voor veiligheid in de (medische) zorg en professionals hebben behoefte aan handvatten voor het verduidelijken van hun professionele verantwoordelijkheden en die van zorgorganisaties. Roy Knuiman stelt: “Wij hopen en vertrouwen erop dat het professioneel statuut een handzaam instrument is en een stimulans biedt voor raden van bestuur en specialisten ouderengeneeskunde om structureel met elkaar te overleggen en de onderlinge taken en verantwoordelijkheden met elkaar vast te leggen. Zij hebben tenslotte het gezamenlijke belang om een goede kwaliteit van zorg te blijven bieden aan de kwetsbare oudere patiënten en chronisch zieken”.

Steeds meer zorgorganisaties realiseren zich dat zij in de eerste plaats een zorgbedrijf zijn, waarin medische  zorg van cruciaal belang is. Ook raden van bestuur zoeken daarbij naar instrumenten om te professionaliseren en dit vorm te geven. Het professioneel statuut past daar zeker bij.

Een heldere verantwoordelijkheidsverdeling is een voorwaarde voor goede kwaliteit van zorg

.

Verpleegkundig specialisten

Samenwerking met verpleegkundig specialisten

Interview met René Boeren, specialist ouderengeneeskunde

Verenso gaf middels een stage begeleiding aan aios ouderengeneeskunde Inge van Es. Zij heeft onderzoek gedaan onder haar toekomstige collega’s over de thematiek van taakherschikking. Specialist ouderengeneeskunde René Boeren heeft veel ervaring op dit thema en is een van de Verenso leden die werd geïnterviewd voor het onderzoek.

 

De arts blijft verantwoordelijk

Naast de specialist ouderengeneeskunde werkt steeds vaker ook een verpleegkundig specialist binnen de zorginstelling. Zowel Verenso als de beroepsvereniging V&VN Verpleegkundig Specialisten gaan voor optimale patiëntenzorg, gegeven door de professional die daar het beste bij past. “Samenwerking van deze professionals op basis van taakherschikking, waarbij de specialist ouderengeneeskunde de eindverantwoordelijkheid heeft, kan hiervoor een goede werkwijze zijn”, vindt specialist ouderengeneeskunde René Boeren die hiermee veel ervaring heeft.

 

Routinematige en niet-risicovolle handelingen

Belangrijkste wettelijke voorwaarde voor het uitvoeren van deze zelfstandige bevoegdheid is dat het dient te gaan om routinematige en niet-risicovolle handelingen. René Boeren benadrukt dat het dus gaat om handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn en die worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen. “En de specialist ouderengeneeskunde behoudt uiteraard altijd de medische (eind)verantwoordelijkheid.”

 

Hoe wordt taakherschikking ervaren?

Hoe ervaren specialisten ouderengeneeskunde taakherschikking, hoe hebben ze het opgezet, hoe veilig werken ze, kunnen de specialisten ouderengeneeskunde hun verantwoordelijkheid dragen? Middels interviews en literatuurstudie probeert Inge van Es tijdens haar stage bij Verenso hierop antwoord te vinden. In het eerste kwartaal van 2017 zal Inge haar rapport schrijven en presenteren aan Verenso.

 

Belangrijke spelregels

René Boeren is erg benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek dat Inge van Es heeft gedaan en hoopt dat leden onderling van elkaar kunnen leren. Hij geeft zijn vakgenoten graag alvast de volgende spelregels mee: “Zorg dat u met uw vakgroep werkafspraken maakt over de bevoegdheid en onder welke omstandigheden de verpleegkundig specialist zelfstandig mag werken. Zorg dat u heldere behandelprotocollen ontwikkelt, afgestemd op de situatie binnen uw regio. Regel de supervisie en begeleiding goed. Zorg dat de patiënt u kent en herkent en dat u een aanspreekfunctie voor de patiënt behoudt. Zorg dat de verpleegkundig specialist in een omgeving kan werken die veilig is en waar hij een goede vertrouwde laagdrempelige vraagbaak heeft waardoor hij durft te vragen en overleggen.”

De specialist ouderengeneeskunde behoudt altijd de medische verantwoordelijkheid